Valencia: 5 redenen voor een citytrip

Aan de oostkust van Spanje, tussen Barcelona en Alicante ligt Valencia: de bakermat van de paella en las Fallas. Een stad die het evenwicht vindt tussen eeuwenoude charme en futuristische architectuur. Een aanrader voor een citytrip, dat bewijs ik je in 5 stappen!

1. Voldoende variatie

In de oude binnenstad merk je aan de bouwstijl, de sfeer, de pleintjes en de tapasbars meteen dat je in Spanje bent. La Lonja of zijdebeurs, de toren van Miguelete, de kathedraal, het Plaza Ayuntamiento … allemaal een bezoekje waard.

Valencia Reisblog Sarah Belwriting 14

© Sarah Claes

Maar evengoed eigen aan de stad zijn de vreemdsoortige gebouwen van Santiago Calatavra, voor ons bekend omwille van het station Luik-Guillemins.

Star Wars? Ogen? Helmen? Prehistorische dieren? Je kan je fantasie de vrije loop laten, maar dat het impressionant, licht en origineel is, dat staat vast.

Als je trouwens meer zin hebt om te zonnebaden of zandkastelen te bouwen, pak je de fiets of neem je de bus tot aan het strand want 6 à 7 km verder ligt Playa La Malvarrosa.

Ook aan te raden zijn de free walking tours, een wandeling van een tweetal uur door de stad gegidst door een inwoner (inwijkeling of local met gidsopleiding). Je kan vooraf op de site of in de brochures een thema kiezen en de tour boeken. Vervolgens begeef je je naar het vermelde afspreekpunt.

Doen deze gidsen de tour volledig gratis? Natuurlijk niet, maar je bepaalt op het eind zelf hoeveel fooi je geeft naargelang je tevredenheid. Een fijne organisatie die interessante tours geeft, vind ik Free Tour Valencia (in het Engels of Spaans).

2. Genoeg groen

Ik weet niet hoe het voor jou is maar als ik een stad bezoek, probeer ik er ook wat ‘groen’ in te verwerken. Dat kan zeker en vast in en rond Valencia. In de Jardin del Turia kan je fijn wandelen, fietsen en picknicken. Waar vroeger de rivier de Turia stroomde, ligt nu een 9 km lang park.

Valencia Reisblog Sarah Belwriting 30

© Sarah Claes

De rivier werd omgelegd naar de rand van de stad omdat ze in het centrum te dikwijls overstroomde met desastreuze gevolgen.

Heb je een dagje over? Maak dan een daguitstap naar de lagune van La Albufera in El Saler. Met de bus ben je er op een halfuurtje (vertrek aan bushalte Colón). El Saler zelf is maar een paar straten groot, maar de 21.000 hectare aan natuur errond zijn erg de moeite.

In het natuurreservaat vind je bossen, unieke diersoorten en vooral het grootste zoetwatermeer van Spanje. Hier wordt een groot deel van de Spaanse rijst geteeld en heel wat paling gevangen.

Tip: doe een boottochtje bij zonsondergang met gids via de organisatie Visit Albufera.

3. Fijn fietsen

Ja, ik zou Valencia een fietsstad durven noemen. Er zijn in ieder geval voldoende mogelijkheden om op de trappers te springen.

Valencia Reisblog Sarah Belwriting 22

© Sarah Claes

Je kan bijvoorbeeld gemakkelijk van in het centrum via de Jardin del Turia fietsen tot aan de Ciudad de las Artes y Ciencias en er de verschillende gebouwen bezoeken. Er is een reuze-aquarium, 3D-cinema, een soort Valenciaans Technopolis, enz. Degelijke fietsen huur je bijvoorbeeld bij Passion Bike of Orange Bikes. Zij organiseren trouwens ook fietstours, als je dat handiger

vindt.

Valencia Reisblog Sarah Belwriting 13

4. Vlug voetenwerk

Hoewel de oorsprong van flamenco (en tapas) eigenlijk in Andalucía ligt, moet Valencia zeker niet onderdoen wat indrukwekkende flamencovoorstellingen betreft. De place to be is Radio City, waar je elke dinsdag en zaterdag een optreden kan bijwonen. Als je kan kiezen, boek dan een ticket voor zitplaatsen. Zo heb je een prachtig zicht op het bewonderenswaardige voetenwerk.

 

 

 

5. Super voor je smaakpapillen

Valencia heeft zijn eigen cocktail, toepasselijk genaamd Agua de Valencia. Het lekker drankje bestaat uit cava, Cointreau (of andere likeur) en vers sinaasappelsap. De beste – al bestaat er discussie over – is te vinden op Plaza Tossal, bijvoorbeeld bij Infanta.

Nog een drankje, maar dan naar mijn mening minder lekker: horchata. Op elke hoek vind je wel een verkoper van deze mierzoete melk van chufas of aardamandelen. De beste en wellicht oudste horchatamaker van de stad is de Horchatería Santa Catalina.

Wat eten betreft is Valencia een perfecte keuze voor wie fan is van paella. De originele paella zou immers hiervandaan komen. Persoonlijk vond ik de paella het best – en nog in een traditionele caldera of paellapan – bij Ca Teresa in El Saler.

Valencia Reisblog Sarah Belwriting 8

© Sarah Claes

Een tapasbartocht is natuurlijk absoluut aan te raden in Valencia. Over heel Spanje geldt weliswaarde regel: de lekkerste en meest traditionele tapas eet je niet in de gezellige, propere bars. Dat valt in Valencia nogal mee. Ik raad je de volgende plekken aan:

    • Tasca Angel: authentieke, supersmalle Spaanse tapasbar, erg geliefd bij locals. Deze tasca staat bekend om zijn heerlijke gefrituurde sardines, maar ook de andere vlees- en visgerechtjes zijn heerlijk.
    • Bodeguilla del Gato: redelijk gezellig interieur mét zitplaatsen. Aanraders zijn de chorizo, tortilla de patatas en manchego.
    • Vinotinto: trendy restaurant met een kleine kaart maar erg goed.
    • Mercado Central: een grote markthal vergelijkbaar met La Boquería in Barcelona. Ideaal om te lunchen: verse fruitsappen, heerlijke jamón serrano en zoveel meer.

 

Meer tips voor een toffe citytrip? Vraag het me!

Deze diashow vereist JavaScript.

«



© 2018 Sarah Belwritingprivacyverklaring
Website by Quantum Leap.